U bent hier: Start 50 jaar wereldfestival in SchotenDe talloze documentaires en reportages over “50 jaar expo ‘58” geven ons een idee hoe alles er vijftig jaar geleden uitzag en hoe het er aan toeging. En dan kun je alleen vaststellen dat er ontzaglijk veel veranderd is. Datzelfde is ook het beeld dat ik heb over 50 jaar Volksdansfestival in Schoten. Ook in Schoten en aan het Festival is er ontzaglijk veel veranderd. Maar tegelijk is er ook onnoemelijk veel hetzelfde gebleven… Van mij wordt verwacht U daarover een beeld te schetsen, als huidige burgemeester van de gemeente waar dit evenement al 50 jaar bloeit en bruist.
U zult mij wel vergeven dat ik dat beeld niet enkel schets als burgemeester en vanuit de gemeentelijke en bestuurlijke optiek, maar eerst en vooral ook als een jarenlange enthousiaste genieter van, en deelnemer aan het feestgedruis. Het Festival heeft al die jaren een bijzondere plaats in onze kalender gehad, en ik denk dat onze ervaringen gelijkaardig zijn aan deze van talloze Schotense gezinnen. Daarom een beeld vanuit die optiek, van een gezin dat jaarlijks mee feest, mee geniet, en ook mee gastvrijheid wil verlenen. En dan zien we wel of er nog tijd overblijft voor nog een andere invalshoek. Toen ik vijftig jaar geleden aan de hand van mijn ouders naar de markt in Schoten stapte om naar een volksdansreünie te gaan kijken, kon niemand voorspellen tot welk evenement dit zou uitgroeien. In mijn ogen was het toen een nogal statische bedoening. Als jongen was ik blij dat een van de dansers (en ik denk dat het een meer temperamentvol type was) het podium eens uittestte op zijn sterkte. De planken vloer bleek niet veel gewoon te zijn... Met een stevigere vloer, nog meer en grotere groepen groeide het Festival meer en meer uit tot een wereldgebeuren. Als jonge medewerker kwam je meer en meer in aanraking met andere culturen: het is een betoverende uitwerking die alle Schotenaren in de ban van het Festival bracht.
Toen ik gehuwd was, bracht het Festival kleur en leven in ons huis omdat wij:
Zoals onze kinderen overal gastvrij onthaald werden als lid van die verenigingen, zo wilden wij op onze beurt gastvrijheid schenken. Wij bleven dat doen, zelfs nog vele jaren nadat onze kinderen hun kniebroek aan de haak hadden gehangen en hun kanten muts over de haag hadden gezwierd. Die week waarin wij gastgezin waren, was telkens de meest intense, en soms de meest vermoeiende week van het jaar. Maar het zijn stuk voor stuk prachtige herinneringen, en ook LEVENDE herinneringen, die weinig vergelen met de jaren. Dat doen alleen de foto's die wij van onze gasten hebben opgehangen tegen een ganse muur die daarmee gevuld wordt. Moet je indenken : twee Schotten in huis hebben, waarvan er een alleen maar melk dronk. Het was natuurlijk voor ons wel gemakkelijk, je kon hem in volle vertrouwen de autosleutels geven, zodat je niet elke avond de tent moest sluiten. Of onze gasten uit Kalmukkië die het normaal vonden om te ontbijten met een broodje kaviaar. Of onze zangeressen uit Israël die in een restaurant het klaarmaken van een sabayon begeleiden met “hava nagila, hava nagila…” Stille Zweden, rumoerige Letten, onverstaanbare Bulgaren, een identieke tweeling uit Slovenie, temperamentvolle Argentijnen, toffe mensen uit de Maagdeneilanden en de Verenigde staten enz. enz. Hier en daar zat er ook wel eens een cultuurshock tussen, maar ook dat hoort erbij. En het bleef niet bij leute en plezier. In zulke week samenleven met mensen uit een totaal andere cultuur, is ook plaats voor ernst en voor het echt leren kennen van die andere culturen. Wij hadden lange gesprekken met Indiërs over de praktijk van het uithuwelijken. En even goed met Peruvianen, die ons informeerden dat ruilhandel echt nog niet uitgestorven is: wanneer de dokter je kind komt verzorgen, kun je hem terugbetalen, door op een feestje bij de dokter thuis, te gaan zorgen voor live-muziek. Dat alles was een jaarlijks weerkerende les in relativeren, iets wat je in de politiek zeer goed kunt gebruiken. En dan denk ik aan de gevleugelde woorden van Albert Einstein: “Vrede kan niet door geweld gehandhaafd worden, alleen door elkaar te begrijpen.” Dat alleen al maakt het Festival zo uniek: die verbroedering via dans, zang en muziek, die blijvende banden smeedt. Inderdaad: blijvende banden. Schoten kent enkele festival-huwelijken, maar die zijn slechts het topje van de ijsberg. Ik denk dat er ontelbare festival-vriendschappen de wereldbol overspannen. Ook wij hebben nu nog contact met een aantal van onze gasten, soms van meer dan tien jaar geleden. En niet enkel met die gasten, maar soms met hun familie. Wij hadden ooit een meisje uit de Maagdeneilanden als festivalgast : Kimmy heette ze en ze bestond bijna voor 90 % uit een enorme stralende lach. Toen haar oudere zuster een flink aantal jaren later op zakenreis was in Europa, heeft ze contact genomen en is ook zij enkele dagen komen logeren, maar dan bij mijn zoon en zijn gezin. Ze houden nog regelmatig contact. Dat zijn het soort hartverwarmende zaken, waar Fata Morgana een puntje aan kan zuigen. Als Fata Morgana in Schoten neerstrijkt, verdient onze gemeente alleen al omwille van zijn Festival vijf sterren!
Toch ook nog even iets over een wat breder kader, en dan val ik stilaan IN mijn rol als burgemeester. In Schoten hebben wij twee evenementen die er boven uit steken De sporttrofee zou zeker toekomen aan de Scheldeprijs. Het is een topsportevenement waar elk jaar duizenden sportliefhebbers naar uitkijken. Maar ondanks de internationalisering van de wielersport blijft dit toch voornamelijk een Europees gegeven. Maar welke prijs zouden wij aan het Wereldfestival van Folklore dan wel moeten geven? Moesten wij in Schoten een prijs hebben voor het beste exportproduct, dan zou het Festival de grootste kandidaat zijn. Wie anders heeft de naam “Schoten” al naar meer dan 100 landen over de vijf continenten geëxporteerd? Niemand. En dat is een van de redenen waarom wij als gemeente en als gemeentebestuur 100% achter het Festival staan. Het is een uniek gebeuren om het centrum van onze mooie gemeente elk jaar nog fleuriger en kleuriger te zien worden, en te zien veranderen in een kleurenpracht van dansers uit de hele wereld. Het is ook boeiend om te zien dat dit Festival steeds heel veel jongeren kan aanspreken. De kennismaking en uitwisseling met andere culturen, talen, religies en tradities is hierin een heel belangrijk gegeven. De Gemeente Schoten heeft in zijn beleidsnota als aandachtspunt staan: het "stimuleren van mensen-samenbrengende activiteiten". Welnu, het festival is daarvan een concrete invulling: het maakt het mogelijk om duizenden mensen 8 dagen na elkaar samen te brengen. Dit alles is te danken aan de inzet van meer dan 500 vrijwillige medewerkers. In hun energie en toewijding ligt de kracht en het middel, om dit 50 jaar vol te houden. De steun van de gemeente op zichzelf zou nooit voldoende zijn om een festival te creëren. Daarom gaat onze dank naar de talrijke vrijwilligers die dit festival door al die jaren mogelijk gemaakt hebben. Op het festival ziet de Schotenaar niet alleen de wereld, maar ook zijn goede gebuur of zijn verre vriend. Je kunt er zeker van zijn dat je in die week Schotenaren ziet die blijkbaar zich een heel jaar kunnen verstoppen, om dan even te voorschijn te komen. Voor vele Schotenaren die reeds lang verhuisd zijn, is het Festival ook een reden om nog eens langs te komen. Om terug de sfeer op te snuiven uit hun jonge jaren. En om aan hun familie hun gemeente te tonen, zoals ze er op haar best uit ziet. Laten wij vandaag het vijftigste Festival vieren als aanzet tot het eenenvijftigste, het vijfenzeventigste en voor sommigen onder U ook het 100ste Festival. Bedankt aan allen die dit mogelijk gemaakt hebben. Harrie Hendrickx 28/06/2008
|
|
Webdesign door Ivan Vermeyen.




