U bent hier: Start JAN PIRREWIT
DANST 40 JAARGeachte Pirrewitters, Uw voorzitter, Gert Stevens, vroeg mij vorige maand om ter gelegenheid van 40 jaar Pirrewit een woordje tot U te richten. Het moest niet per se gaan over de geschiedenis van 40 jaar Pirrewit. Daarom over de stichting van Jan Pirrewit alleen de tekst uit het boek “Tussen groene dennen” van Jos Van Orshoven. Ik citeer: Ik kende Gustel en Sieg uiteraard van het Volksdansfestival. Zo kwam ook mijn zoon Roel op het einde van de zeventiger jaren terecht bij Jan Pirrewit. Van in het begin werden wij opgenomen in de gemoedelijke sfeer van de ouders van de dansertjes. Het “drie koningen” zingen was daartoe het ideale moment. Veel actiever werden wij bij de groep betrokken door de uitnodiging om met de groep op te treden in Puerto Rico. De wens van Gustel was om dit voor alle leden mogelijk te maken aan een democratische prijs. Dus werden er initiatieven uit de grond gestampt om de nodige financiën bijeen te krijgen. Jan Legrand restylde het “Jan Pirrewit” embleem tot een prachtige sticker. Via sponsoring konden wij die gratis laten drukken en dan maar verkopen. Ook de verjaardagskalender bij ons thuis is hier nog een herinnering aan. Vermits de reis tijdens en na het kerstverlof was moest er bij alle schoolbesturen aangeklopt worden of de kinderen een extra week vakantie konden bekomen. Voor de meeste kinderen was dit de eerste maal zo ver op reis in de wijde wereld. Onze Roel is nooit vergeten:
Hij heeft daar toen een rolletje of drie-vier diafilm vol gefotografeerd, en in het pre-digitale tijdperk was dat een boel beeldmateriaal. Intussen hadden ook Eef, haar boezemvriendin Inge en broer Gert Stevens, onze buurmeisjes Gryt en Gert Rombouts, Kim en Inez Hoefnagels de weg van den Deuzeld naar de turnzaal van Kindsheid Jesu gevonden. Festivals, Scheldewijdingen in Doel, optochten volgden elkaar op. Maar er waren ook de uitwisselingen en bezoeken van en met groepen uit Duitsland, Tsjechië, Zweden, Bulgarije enz. Zo kwam er in 1985 een groep uit Istanbul naar Schoten. Jan Pirrewit werd uitgenodigd om het jaar daarop naar Istanbul te komen. Daaraan heeft heel ons gezin nog altijd zeer mooie herinneringen. Alle Pirrewitjes werden voor de herkenbaarheid in nieuwe joggings gestoken. Op de luchthaven van Zaventem hadden wij al het eerste probleem. Niet alle paspoorten waren juist maar wij geraakten toch door alle controles en wij zouden wel zien hoe wij terug kwamen. Het was het begin van een ongelooflijke hectische week. Lydia, ikzelf en twee kinderen Britt en Johan sliepen bij een familie (Erhan, Perwin, Melikee en Bourgin) aan de Aziatische kant van de Bosporus. Het is toen dat ik kennis maakte met het begrip “No Problem”. In de keuken van Perwin was er een buislamp die altijd aan en uit ging. Ik vroeg aan Erhan waarom hij de kapotte starter niet verving. Het antwoord was “No Problem Disco Mama”. Aan de huizen hingen bundels met kabels van telefoon en elektriciteit. Viel er een telefoonverbinding uit, “No Problem” men plukte gewoon een verbinding via een andere draad. Wij gingen het paleis en moskee van Dolmabahce (waar Attaturk in 1938 gestorven is) bezoeken. Vermits men hier maar met mondjesmaat binnen mocht, stond er een rij wachtende tot aan de overkant van het plein. Wegens tijdsgebrek zouden wij nooit op tijd binnen komen. Erhan was ineens verdwenen, en een beetje later stond hij er terug. Kom maar mee “No Problem” werden wij langs de rij wachtende geloosd, een vriendelijke knik naar de in gala-uniform uitgeruste soldaten en wij waren binnen. In het appartement van Erhan sliepen wij samen met Britt in de slaapkamer van de ouders en Johan bij de andere kinderen. Waar sliepen de ouders? “No Problem” op een ochtend zag ik dat zij hun matras van het terras naar binnen brachten. Tijdens een vrije dag reden wij naar de hoogte van Camlica, waar je een prachtig zicht hebt op de Bosporus en Istanbul. Vermits Erhan geen auto had, reed zijn bovenbuurman. “No Problem” Met zes volwassenen en vier kinderen in een oude R14 door alle lichten en enkel richtingsstraten naar boven. In het naar beneden rijden heb ik heel de tijd de handrem vastgehouden, alhoewel ik niet wist of die wel werkte. Wij waren met de groep in het Topkapi paleis. Via de “Poort van de Gelukzaligheid” moesten wij op het binnenhof verzamelen met gans de groep. Ineens kwam uit een van de gebouwen de Ottomaanse garde naar buiten. Wij dachten dat dit een dagelijks ritueel was. Niets was minder waar : één van de gastgezinnen was de minister van cultuur en die had er maar niets beters op gevonden om de gasten uit Vlaanderen te laten verwelkomen door de Garde, een eer die normaal alleen voor staatshoofden is weggelegd. Verder met de boot naar de Prinseneilanden. Een hele boot aan het dansen op de muziek van onze gasten en het Pirrewit orkest. Op het prinsen eiland hetzelfde scenario, onvergetelijk. Dat was ook de terugreis naar Brussel. Samen met Ingrid, Katleen en Staf moest Koen Fröberg op de luchthaven van Istanbul achterblijven met hyperventilatie.Dat zette geen domper op deze reis, het was een van de vele toffe momenten met de groep. Onze persoonlijke ervaring is beperkt, maar ik ben zeker dat over elke reis dergelijke anekdotes te vertellen zijn. Zij zullen vanavond wel tussen pot en pint boven gehaald worden. Zoveel vreugde en mooie herinneringen, zijn alleen mogelijk door de goede wisselwerking tussen de leiding, de dansers en muzikanten en de grote be-trokkenheid van de ouders. Het is dat precies, dat we hier nu vieren, al veertig jaar lang. Met nostalgie, maar ook met een toekomstperspectief. Jan Pirrewit : de kaap van vijftig jaren is niet meer veraf.
Harrie Hendrickx,
|
|
Webdesign door Ivan Vermeyen.



